Allesbehalve dapper en sterk

“Hij weet dat ik hier ben. Ik ga hem verraden. Hij zal woedend zijn. Hij zal me vinden. Ik kan niks tegen hem beginnen.”

Vijftien jaar nadat het misbruik stopte heb ik een afspraak gemaakt bij de zedenpolitie. Ik was vastbesloten me niet meer te laten leiden door angst. Ik voelde me dapper en sterk. Sterk genoeg om voor eens en voor altijd af te rekenen met mijn verleden. Althans, dat dacht ik. Twee weken later, in de spreekkamer tegenover twee vrouwelijke zedenrechercheurs, voel ik me allesbehalve dapper en sterk. “Hij weet dat ik hem ga verraden”, galmt het in mijn hoofd. De blonde agente, de vriendelijkste van de twee, verzekert me keer op keer dat me niets zal gebeuren. Dit eerste gesprek is enkel een kennismaking, geen aangifte. Als ik na dit gesprek besluit om geen aangifte te doen, dan is dat ook OK. Langzaam, beetje bij beetje, ontspant mijn lichaam zich. Ik wil zó graag afrekenen met mijn verleden; zó graag sterk zijn. Ik haal diep adem en begin aan mijn verhaal.

Ik vertel hoe het begon, op mijn twaalfde; dat hij aanbood me naar huis te brengen en begon te vozen, en ik niet wist hoe ik moest reageren. Dat ik me in eerste instantie zelfs een beetje vereerd voelde, dacht dat hij me leuk vond. Hoe boos hij ineens kon worden zonder reden, en hoe bang ik dan van hem was. Hoe hij mijn keel dichtkneep, mijn kleine lijfje in het grote bed duwde, en ik uiteindelijk mijn bewustzijn verloor. Ik praat over ‘hij’ en ‘hem’, en ‘een vriend van mijn ouders’. Als mijn woorden op zijn, neemt de blonde agente het over. Ze legt me uit hoe een aangifte in zijn werk gaat en welke rol de politie, de Officier van Justitie, en de rechter daarin spelen. Ik doe mijn best om me te concentreren en zoveel mogelijk te onthouden. Aan het eind van het gesprek vraagt de vriendelijke agente of ik nog vragen heb. Die heb ik niet. Ik voel me leeg en moe en vies en wil naar huis. “Dan heb ik nog wel een vraag”, zegt ineens de agente met het donkere haar die zich tijdens het gesprek op de achtergrond hield. “Waarom neem je ‘hem’ nog steeds in bescherming, na alles wat hij je heeft aangedaan?” Ik heb werkelijk geen idee. Mijn hoofd tolt. En dan zeg ik zomaar zijn naam. De blonde agente pakt even mijn hand. “Je hebt het goed gedaan”, zegt ze.

Enkele weken later word ik gebeld. Ik heb inmiddels besloten om geen aangifte te doen. De angst en het schuldgevoel na dat eerste gesprek waren zo intens, dat ik me realiseerde dat een aangifte op dit moment een brug te ver is. Ik hoef niet altijd maar dapper en sterk te zijn. De blonde agente belt om te zeggen dat de Officier van Justitie toch om een onderzoek vraagt. “Na wat jij ons heb verteld kan er niet géén onderzoek worden ingesteld”, zegt ze. Haar woorden rollen over me heen. Ik wist dat dit kon gebeuren, maar enkel in uitzonderlijke gevallen, toch? Ergens aan de andere kant van de lijn praat de agente over ‘extreem geweld’ en ‘maatschappelijk belang’. Heb ik de situatie zo verkeerd ingeschat? Ik heb toch precies verteld wat er is gebeurd? Weet ik heel zeker dat ik mijn bewustzijn verloor, of kon het ook dissociatie zijn geweest? Of misschien viel ik gewoon in slaap? Kneep hij echt zo hard in mijn keel, of was het meer stevig vasthouden zodat ik niet van hem weg bewoog? “We gaan hem zo snel mogelijk verhoren”, zegt de agente.

Nergens voel ik me meer veilig. “Ik heb hem verraden, en hij weet het”. In de maanden die volgen eet ik niet, slaap ik niet, durf ik nergens alleen naartoe. Elk moment kan hij op de stoep staan. Ik zal hem binnenlaten omdat ik als was ben in zijn handen; ik zal hem smeken om vergeving, alles doen wat hij maar wil om het verraad goed te maken. Het enige wat ik wil is zijn liefde. Dapper en sterk ben ik allang niet meer. Ik ben bang en zwak als dat lijfje van twaalf. Aan het einde van het politieonderzoek zit ik in een psychiatrische inrichting, en gaat hij vrijuit. Hij weet niet eens meer wie ik ben, zei hij tegen de politie. Zo slaat hij mij nog één keer onverschillig van zich af, zonder me zelfs maar een blik waardig te gunnen. Het meisje van twaalf buigt haar hoofd, incasseert de klap. De agente had het mis: Ik probeerde niet hem te beschermen, maar mezelf.

Deze blog is niet bedoeld als aanval op de zedenpolitie of haar werkwijze. Ik denk dat alle betrokkenen hun werk deden, en ik ben dankbaar dat de politie en het OM zich inzetten om kindermisbruik te bestrijden. Ik wil enkel vertellen hoe ik de procedure als slachtoffer heb ervaren.

Geef me een paar minuten om je reactie te lezen voordat hij hieronder verschijnt

One thought on “Allesbehalve dapper en sterk

Share your thoughts!

Fill in your details below or click an icon to log in:

WordPress.com Logo

You are commenting using your WordPress.com account. Log Out / Change )

Twitter picture

You are commenting using your Twitter account. Log Out / Change )

Facebook photo

You are commenting using your Facebook account. Log Out / Change )

Google+ photo

You are commenting using your Google+ account. Log Out / Change )

Connecting to %s