Jij moet er nog van groeien

In de kliniek voor eetstoornissen eet je wat de pot schaft. Elke dag om half één tillen we nerveus de kap van ons bord, om te zien wat er in de keuken voor ons is opgeschept. Elke dag, behalve op dinsdag. Op dinsdag wordt de warme maaltijd, onder begeleiding van een sociotherapeut, volledig verzorgd door het kookgroepje. Als je goed je best doet mag je erbij. En wie kookt, bepaalt.

Die dinsdag maken groepsgenoot A en ik lasagne, compleet met bechamelsaus en geraspte kaas. In de kliniek maak je niet bepaald vrienden door verse lasagne met bechamelsaus en geraspte kaas op tafel te zetten, en eerlijk gezegd vinden we het zelf ook best wel spannend. Laagje voor laagje stapelen we de kilocalorieën in een gigantische ovenschaal, die sociotherapeut M speciaal voor de gelegenheid heeft meegenomen. Groente – lasagnebladen – saus (help!) – groente – lasagnebladen – nóg meer saus. M helpt eerst nog even mee, maar laat ons al gauw begaan. Wat zien we er normaal uit, bedenk ik me. Gewoon twee giebelende meiden die gezellig samen in de keuken lasagne staan te maken.

Vanuit de woonkamer kijken onze groepsgenootjes gespannen toe terwijl A en ik de lasagne in de oven schuiven. De rand van de ovenschaal stoot tegen de oven. Andersom dan; past ook niet. A en ik kijken elkaar aan en beginnen keihard te lachen. De groep heeft zich inmiddels bij de keukendeur verzameld. Er ontstaat paniek. “Straks moeten we boterhammen eten…” “Nee, vast niet, dan laten ze ons nog eerder friet halen, of Chinees…”. M hoort het rumoer en snelt toe. “Nou”, zegt ze kalm, “wat vervelend zeg”. Tien paar ogen kijken haar onzeker aan. “Dan gaan we maar even naar de buren.”

We hebben onze buren nog nooit gezien, maar, zo redeneren we, ze wonen vast niet voor niks op een GGZ-terrein. A houdt de zware ovenschaal stevig vast, terwijl ik voorzichtig op de deur van de naastgelegen bungalow klop. Een sociotherapeut doet open. In de woonkamer zitten tien enigszins verfrommelde, demente bejaarden stilletjes te eten. Het ruikt er naar prakkies en lauwe koffie. Ik word er verdrietig van. Hun huis is straks gevuld met de geur van heerlijke lasagne waar ze niet van zullen kunnen eten, en in óns huis zitten straks tien meiden aan tafel te knokken om dat wél te doen. De ovenschaal past met gemak in de oven. Als nerveuze ouders op een eerste schooldag kijken A en ik nog één keer om, en laten de lasagne dan achter. Exact 40 minuten later zijn we terug, en worden we onthaald door de heerlijke geur van verse lasagne. De oudjes zitten inmiddels aan de koffie, maar toch voel ik me een beetje bezwaard als ik met de lasagne richting de voordeur loop. Een kleine oude mevrouw zit in elkaar gedoken, haar handen geklemd om een leeg koffiekopje. Ze knikt me bemoedigend toe. “Neem maar mee, kind. Jij moet er nog van groeien”.

Deze column won Zilver in de GGZTotaal schrijfwedstrijd “de totale GGZ”

Geef me een paar minuutjes om je reactie te lezen voordat hij hieronder verschijnt

Share your thoughts!

Fill in your details below or click an icon to log in:

WordPress.com Logo

You are commenting using your WordPress.com account. Log Out / Change )

Twitter picture

You are commenting using your Twitter account. Log Out / Change )

Facebook photo

You are commenting using your Facebook account. Log Out / Change )

Google+ photo

You are commenting using your Google+ account. Log Out / Change )

Connecting to %s